Ik ben tijdens de Coronatijd bovenmatig geïnteresseerd in het doel van tegenspoed in ons leven. Zo heb ik gekeken naar het interview met Damiaan Denys bij de School of Life en ik lees regelmatig over hoe Japanse mensen omgaan met geluk, voor- en tegenspoed. Teveel geluk zou ons vermogen beschadigen om op te krabbelen na grote tegenslagen. Juist de combinatie van voor- en tegenspoed ervaren zij als harmonie. Volgens de Japanse filosofie. Damiaan Denys zegt iets vergelijkbaars, maar dan vanuit het psychologische perspectief en onze westerse manier van leven.

Damiaan Denys is een Vlaamse psychiater en schreef het boek ‘Het tekort van teveel.’ Hij beschrijft o.a. hoe we in de Westerse wereld afgelopen decennia steeds welvarender zijn geworden, maar mentaal zeer verarmd zijn. We willen ongemak of psychisch lijden snel wegpoetsen en oplossen, terwijl er in dat lijden juist een ingang zit naar je unieke zelf. Klinkt logisch, want je lijdt niet voor niets. Iets in je leven klopt niet met je unieke waarachtige zelf, dus je lijf en je geest protesteren. Door het lijden te erkennen en te accepteren (en dan doel ik niet op zware psychische gevallen) komen we tot een berusting waardoor we inzichten krijgen die ons naar de volgende stap in onze ontwikkeling brengen. Make sense, als je het zo hoort. Edoch, lastig toe te passen…

Leren van Japanse cultuur

Wat de Japanse bevolking kenmerkt is hun veerkracht en weerbaarheid. De Japanse filosofie Wabi-sabi ziet schoonheid in dat wat versleten en gebarsten is. Perfectie is volgens die opvatting niet interessant – de kracht en het vernuft waarmee je die barsten repareert wel. De zogenoemde Kintsukuroi-meesters gebruiken een speciale goudlijm waarmee ze de scherven van gebarsten aardewerk aan elkaar lijmen. Hiermee benadrukken ze juist de breukvlakken in plaats van ze te verhullen.

Het is die veerkracht, de wil tot reparatie van wat gebroken is – of het nu je schaal is of je hart – die de Japanners zo taai maakt en zo lang doet leven.

Ik vind het een interessante filosofie. Hij staat zo lijnrecht tegenover onze behoefte om alles zo mooi en gemakkelijk mogelijk te maken. Deze manier van denken geeft veel waarde aan hoe je de dingen doet in je leven, wat je tegenkomt en hoe je daarmee omgaat en minder aan de resultaten die je hebt bereikt. Kom ik weer terug bij tegenslag. Hoe ga ik daarmee om? Ik kan soms al flink balen van een fiets die alleen maar in de 3e versnelling trapt. Tegen een flinke wind. Hmmm, best relativerend, zo’n Japanse manier van denken.